Boek: Van Start.
Programma: 60 lessen van 3 uur. Elke les heeft 15 minuten pauze.
Je oefent lezen, luisteren, schrijven en spreken. Bij elk thema oefen je ook voor het examen. Na elk thema heb je een extra les om te herhalen.
Samenvatting
Lessen | Onderwerp | Oefenen en toetsen |
|---|---|---|
1 tot 7 | Kennismaken en begroeten | Starttoets. Les 6: thematoets 1. Les 7: extra herhaling |
8 tot 14 | Persoonsgegevens en formulieren | Les 13: thematoets 2. Les 14: extra herhaling |
15 tot 21 | Familie en afspraken | Les 20: thematoets 3. Les 21: extra herhaling |
22 tot 28 | Boodschappen en de weg vragen | Les 27: thematoets 4. Les 28: extra herhaling |
29 tot 35 | Sociale contacten en berichten | Les 34: thematoets 5. Les 35: extra herhaling |
36 tot 42 | Reizen en openbaar vervoer | Les 41: thematoets 6. Les 42: extra herhaling |
43 tot 49 | Wonen | Les 48: thematoets 7. Les 49: extra herhaling |
50 tot 56 | Gezondheid | Les 55: thematoets 8 en ICE eindtoets lezen en luisteren. Les 56: extra herhaling |
57 | Extra oefenen voor het A2 examen | Lezen |
58 | Extra oefenen voor het A2 examen | Schrijven en spreken |
59 | Eindtoets | ICE schrijven en spreken |
60 | Afsluiting | Resultaten bespreken en de cursus afsluiten |
De docent vertelt welk programma jouw groep volgt.
Wat doe je in elke les?
Hieronder zie je wat je per les gaat oefenen. De bladzijden horen bij het boek dat bovenaan deze pagina staat. Soms gebruik je ook oefenmateriaal van de docent. De docent vertelt welke oefeningen je in de les maakt en wat je thuis doet.
Thema 1: Kennismaken en begroeten
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
1 | ICE starttoets A0 tot A2 en introductie cursus | Je maakt een starttoets en maakt kennis met de groep en de cursus. |
2 | 1A Hallo, ik ben Peter | Je stelt jezelf voor en vraagt hoe iemand heet en waar iemand vandaan komt. |
3 | 1B Hoe gaat het? | Je begroet iemand, vraagt hoe het gaat en geeft antwoord. |
4 | Kennismaken en begroeten | Je voert een kort gesprek en vertelt iets over jezelf. |
5 | Alfabet, spelling en zinsbouw | Je oefent het alfabet, spelt namen en maakt korte zinnen. Je oefent ook voor het examen. |
6 | Thematoets thema 1 | Je maakt de toets van thema 1, herhaalt de stof en oefent voor het examen. |
7 | Herhaling thema 1: Kennismaken en begroeten | Je bespreekt wat nog lastig was in de thematoets. Je oefent dit opnieuw met lezen, luisteren, schrijven en spreken en oefent voor het A2 examen. |
Thema 2: Persoonsgegevens en formulieren
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
8 | 2A Wat is uw adres? | Je vraagt en vertelt waar iemand woont. |
9 | Getallen, adres en telefoonnummer | Je oefent getallen en geeft je adres en telefoonnummer door. |
10 | Bezittelijk voornaamwoord en vragen | Je stelt vragen en vertelt van wie iets is, met woorden als mijn en jouw. |
11 | 2B Wilt u dit formulier invullen? | Je leest een formulier en vult je gegevens in. |
12 | Persoonsgegevens spellen | Je spelt je naam en geeft je gegevens door. Je herhaalt en oefent voor het A2 examen. |
13 | Thematoets thema 2 | Je maakt de toets van thema 2, herhaalt de stof en oefent voor het examen. |
14 | Herhaling thema 2: Persoonsgegevens | Je bespreekt wat nog lastig was in de thematoets. Je oefent dit opnieuw met lezen, luisteren, schrijven en spreken en oefent voor het A2 examen. |
Thema 3: Familie en afspraken
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
15 | 3A Familie en relaties | Je vertelt over je familie en vraagt naar de familie van iemand anders. |
16 | Dagen, tijden, maanden | Je noemt dagen, maanden en tijden en spreekt een tijd af. |
17 | Zelfstandig naamwoord en lidwoorden | Je oefent woorden met de en het en maakt zinnen over mensen en dingen. |
18 | 3B Zullen we iets afspreken? | Je doet een voorstel en maakt samen een afspraak. |
19 | Ontkenning en modale werkwoorden | Je oefent niet en geen, en woorden als kunnen en moeten. Je oefent ook voor het A2 examen. |
20 | Thematoets thema 3 | Je maakt de toets van thema 3, herhaalt de stof en oefent voor het examen. |
21 | Herhaling thema 3: Familie en relaties | Je bespreekt wat nog lastig was in de thematoets. Je oefent dit opnieuw met lezen, luisteren, schrijven en spreken en oefent voor het A2 examen. |
Thema 4: Boodschappen en de weg vragen
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
22 | 4A Een kilo tomaten alstublieft | Je vraagt om producten en noemt hoeveel je wilt kopen. |
23 | Op de markt en in de supermarkt | Je doet boodschappen en vraagt naar producten en prijzen. |
24 | Bijvoeglijk naamwoord | Je beschrijft producten en mensen, bijvoorbeeld met groot, klein, duur en goedkoop. |
25 | 4B Waar is het winkelcentrum? | Je vraagt waar een winkel is en begrijpt een korte route. |
26 | De weg vragen en wijzen | Je vraagt de weg en legt een route uit. Je herhaalt en oefent voor het A2 examen. |
27 | Thematoets thema 4 | Je maakt de toets van thema 4, herhaalt de stof en oefent voor het examen. |
28 | Herhaling thema 4: Boodschappen en de weg vragen | Je bespreekt wat nog lastig was in de thematoets. Je oefent dit opnieuw met lezen, luisteren, schrijven en spreken en oefent voor het A2 examen. |
Thema 5: Sociale contacten
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
29 | 5A Mag ik de menukaart? | Je leest een menukaart en bestelt iets te eten of te drinken. |
30 | Bestellen en betalen | Je oefent een gesprek bij het bestellen en betalen. |
31 | Hoofdzin en hoofdzin | Je verbindt twee zinnen, bijvoorbeeld met en, maar en want. |
32 | 5A en 5B: Afspreken en berichten doorgeven | Je maakt een afspraak en geeft een bericht door. |
33 | Telefoneren en tijdwoorden | Je oefent telefoneren en vertellen wanneer iets gebeurt. Je oefent ook voor het A2 examen. |
34 | Thematoets thema 5 | Je maakt de toets van thema 5, herhaalt de stof en oefent voor het examen. |
35 | Herhaling thema 5: Sociale contacten | Je bespreekt wat nog lastig was in de thematoets. Je oefent dit opnieuw met lezen, luisteren, schrijven en spreken en oefent voor het A2 examen. |
Thema 6: Reizen en openbaar vervoer
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
36 | 6A Van welk perron vertrekt de trein? | Je vraagt naar de trein, het perron en de vertrektijd. |
37 | Reisinformatie en vervoermiddelen | Je zoekt reisinformatie en vertelt hoe je ergens naartoe gaat. |
38 | Vergrotende en overtreffende trap | Je vergelijkt mensen, dingen en reizen, bijvoorbeeld met sneller en het snelst. |
39 | 6B Vergeet niet uit te checken | Je begrijpt uitleg over reizen en inchecken en uitchecken. |
40 | Instructies geven en imperatief | Je geeft een korte instructie en zegt wat iemand moet doen. Je oefent ook voor het examen. |
41 | Thematoets thema 6 | Je maakt de toets van thema 6, herhaalt de stof en oefent voor het examen. |
42 | Herhaling thema 6: Reizen en openbaar vervoer | Je bespreekt wat nog lastig was in de thematoets. Je oefent dit opnieuw met lezen, luisteren, schrijven en spreken en oefent voor het A2 examen. |
Thema 7: Wonen
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
43 | 7A Hoe ziet jouw droomhuis eruit? | Je beschrijft een huis en vertelt hoe je graag wilt wonen. |
44 | Soorten woningen en kamers | Je praat over soorten huizen, kamers en de inrichting. |
45 | Er en daar | Je vertelt wat er in een huis of kamer is en waar iets staat. |
46 | 7B Te huur eengezinswoning | Je leest informatie over een huurwoning en stelt vragen over het huis. |
47 | Inrichting en voorzetsels | Je beschrijft de inrichting en waar meubels staan. Je oefent ook voor het A2 examen. |
48 | Thematoets thema 7 | Je maakt de toets van thema 7, herhaalt de stof en oefent voor het examen. |
49 | Herhaling thema 7: Wonen | Je bespreekt wat nog lastig was in de thematoets. Je oefent dit opnieuw met lezen, luisteren, schrijven en spreken en oefent voor het A2 examen. |
Thema 8: Gezondheid
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
50 | 8A Hoe voel je je? | Je vertelt hoe je je voelt en welke klachten je hebt. |
51 | Afspraak bij de dokter | Je maakt een afspraak bij de dokter en legt uit wat er aan de hand is. |
52 | Scheidbare werkwoorden | Je oefent werkwoorden zoals opstaan en maakt er goede zinnen mee. |
53 | 8B Medicijnen en advies | Je begrijpt informatie over medicijnen en vraagt of geeft een eenvoudig advies. |
54 | Gezondheid en advies | Je praat over gezondheid en advies. Je herhaalt en oefent voor het A2 examen. |
55 | Thematoets 8 en ICE eindtoets Lezen en Luisteren | Je maakt de toets van thema 8 en de ICE eindtoets lezen en luisteren. |
56 | Herhaling thema 8: Gezondheid | Je bespreekt wat nog lastig was in de thematoets. Je oefent dit opnieuw met lezen, luisteren, schrijven en spreken en oefent voor het A2 examen. |
Examenvoorbereiding, eindtoetsen en afsluiting
Les | Onderwerp en boek | Wat ga je doen? |
|---|---|---|
57 | Extra examentraining A2 Lezen | Je oefent lezen voor het A2 examen: de vraag begrijpen, informatie zoeken en het juiste antwoord kiezen. |
58 | Extra examentraining A2 Schrijven en Spreken | Je oefent schrijven en spreken voor het A2 examen. Je schrijft korte teksten, geeft antwoord en bespreekt wat je kunt verbeteren. |
59 | ICE eindtoets schrijven en spreken | Je maakt de ICE eindtoets schrijven en spreken. |
60 | Bespreken eindtoets en afsluiting | Je bespreekt je resultaten, kijkt terug op de cursus en bespreekt je volgende stap. |